
Van 1225 tot 1337 was de mijnstad Massa Marittima een onafhankelijke republiek. Na deze datum zwaaiden eerst Siena en later andere stadsstaten uit het noorden er de scepter. De stad ligt in een heuvelachtig gebied, de Colline Metallifere, rijk aan mineralen en met een gemiddelde hoogte van 400 meter. De term 'marittima' wijst er echter op dat de plaats meer met de zee te maken had dan we nu vermoeden.
Door het ontstaan van de ongezonde moerassen waren sinds de 9e eeuw de bewoners van de kuststrook op de vlucht voor ziekte en dood. Onder hen ook de bisschop van Populonia die zijn zetel naar Massa verplaatste. De stad werd echter ook zelf door pest en malaria geteisterd en bleef tijden lang een spookstad. Zijn grootste bloei kende Massa Marittima in de 12e en de 13e eeuw.
Het ertscentrum had grote natuurlijke bodemrijkdommen met lood, koper en zilver en stelde zijn eigen wetten. Beroemd is de middeleeuwse codex 'Minarius Massetanus' met rechtsregels over grondbezit en bodemeigendom.
In 1994 werd de laatste mijn gesloten en de enkele resterende mijnwerkers werden de laan uitgestuurd. Sindsdien heerst er onzekerheid over de toekomst van de stad. Zal het toerisme doorbreken en voor een nieuw élan zorgen?
Bezoekers kunnen het mijnmuseum bezoeken dat in een lange schacht van een voormalige mijn werd ingericht. U treft er oude werktuigen en machines en een prachtige verzameling mineralen aan. Voor de moderne toerist is Massa allereerst een schat van een middeleeuwse plaats met een beneden- en een bovenstad.