...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Nemea, onder meer bekend om de Spelen

De opgravingen liggen in Arhéa Nemea circa 4 km ten oosten van het moderne dorp Nemea. De opgravingen zijn zeker een bezoekje waard. In het bijbehorende museum wordt u veel uitgelegd: er wordt veel informatie gegeven over achtergronden en uitleg gegeven over constructies.
De foto's, gravures en citaten uit reisverslagen laten zien dat de 5 Dorische zuilen van de Zeustempel die nog overeind staan, al eeuwenlang velen intrigeren.
Er is ook een maquette van de opgraving en er wordt bijvoorbeeld uitgelegd hoe een voorraadkruik in het waterleidingsysteem werd gebruikt en hoe de dakconstructies in elkaar staken. Een van de mooiste stukken is een bronzen waterkruik uit 510 v. Chr., met een meisjeshoofd op het handvat en de inscriptie op de rand: 'Ik behoor tot Zeus en Neméa'.
Het museum bevat verder vondsten uit een prehistorische en een Myceense nederzetting uit de buurt.

Het antieke stadion was het centrum van de Nemeïsche spelen en is in 1994 dankzij Amerikaanse steun opgeleverd als een archeologisch park met een wandeling langs 16 viewpoints, waaronder fundamenten van priesterwoningen en in een vitrine een geraamte van een vrouw van ongeveer 65 jaar, die in de 6e eeuw leefde en moeder van tenminste 2 kinderen was.
Daarachter gastenverblijven voor deelnemers en officials van de spelen; links de overkapte baden (thermen).

Van de tempel van Zeus staan nog 5 Dorische zuilen overeind. De indrukwekkende vloer is nagenoeg nog geheel in tact en bestaat uit enorme grote stenen; in de vloer is een rechthoekig gat: de vloer van de cella, het heiligste deel van de tempel, waar het godsbeeld stond. De tempel is rond 325 v. Chr. gebouwd en gaf de spelen een religieuze dimensie. Het stadion heeft een baan van 600 Nemeïsche voeten lang (29,65 cm) en elke 100 voet wordt met een steen gemarkeerd.

Nemea was één van de plaatsen in het antieke Griekenland waar spelen werden gehouden, naast plaatsen als Olympia, Delphi en Isthmia.
De spelen werden vanaf 573 v. Chr. elke twee jaar rond l augustus ter ere van oppergod Zeus gehouden en hadden in het programma o.a. hardlopen, vijfkamp, boksen, worstelen en pancratium, d.i. een ruige combinatie van boksen en worstelen. In de 3e eeuw v. Chr. werden zingen, fluit en lier aan de Nemeïsche spelen toegevoegd.

Over het ontstaan van de spelen is een mooie mythe. De koning van Argos trok ten strijde tegen Thebe en vroeg aan koning Lycurgus van Neméa toestemming zijn troepen van water te voorzien. Een kindermeisje van prins Opheltes bracht hen bij de bron. Zij zette het jongetje eventjes in het gras. Het jongetje werd gebeten door een slang en stierf. De dood van het jongetje werd gezien als een slecht voorteken, daarom werden de Nemeïsche spelen ingesteld. De scheidsrechters gingen in het zwart gekleed en de overwinnaars kregen een krans van selderij, het kruid dat de naam heeft geen geluk te brengen. De opgravingen bestaan uit twee complexen: de Zeustempel ligt met enkele andere gebouwen en het museum aan de noordkant van de weg: 400m oostwaarts; rechts in de bocht van de weg, is het stadion.