...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Het orakel van Delphi

Op de zevende dag van iedere maand, uitgezonderd de wintermaanden sprak het orakel.
Vroeg in de morgen ging dan de priesteres van het orakel, de Pythia, naar de heilige bron, de Kastalia, om zich te reinigen. Het glasheldere water spoot omhoog uit de gaping van de gespleten rots. Dan wierp zij in het heiligdom ver achterin, waar geen leek mocht komen, bladeren van de aan Apollo gewijde laurier in het heilige haardvuur en hulde zich in de (bedwelmende?) rook.
De priesters besprenkelden ondertussen een offergeit met koud water; rilde het beest daarvan, dan mocht het ritueel worden voortgezet en werd het op een groot altaar voor de tempel geofferd. Dat was het teken: de priesters, de afgevaardigden van Delphi en allen die het orakel wilden raadplegen, gingen zich eveneens wassen in de heilige bron.
Als iedereen klaar was, schreed men in een feestelijke processie naar de tempel, vervuld van vrome huiver en in gespannen verwachting.
Allen, van hoog tot laag, offerden op het altaar een offerkoek, een soort gewijd brood, dat men - voor veel geld! - ter plekke kon kopen.

In de tempel van Apollo zelf moest men nog eens een offerdier op het altaar leggen.
In het heilige der heiligen, onzichtbaar voor de pelgrims, zat de Pythia op een drievoet. Het was per definitie een eenvoudige boerenvrouw uit Delphí, op leeftijd weliswaar, maar uitgedost als een jong meisje. Volledig bedwelmd, of zo je wilt in trance, uitte zij klanken die een antwoord moesten zijn op de gestelde vragen. Niemand kon daar iets van maken behalve de 'profètes'; hij schreef het antwoord in versvorm op en dat kreeg de pelgrim.