
Bij het dorpje Kastraki is een enorme rots met uithollingen: de Doupiani (rots vol gaten). Het is net een gigantische gatenkaas.
Het bijzondere in deze streek zijn de rotspunten, honderden meters hoog, in een prachtige natuur met op sommige punten gebouwtjes.

Het zijn kloosters uit de 14e en 15e eeuw of te wel Metéora Monasteria. Men vertaalt ta Metéora wel als 'de zwevenden' of 'opgehangen in de hemel'.
Een legende vertelt ons dat een grootmoedige hand de rotsen uit de hemel liet vallen, zodat de kluizenaars zich konden terugtrekken om te bidden.
Waarschijnlijker is, dat de Metéora honderdduizenden jaren geleden een rotsmassa was aan de monding van een grote rivier in de Thessalische Zee. Toen door een breuk van de bergen Olympos en Ossa deze zee in verbinding kwam met de Egeïsche Zee stroomde de Thessalische Zee leeg.
Het gebergte verbrokkelde en onder invloed van erosie en aardbevingen ontstond dit merkwaardige rotslandschap.

De Doupiana met zijn vele holten werd vroeger bewoond door heremieten die met ladders de rotswand beklommen en ver van de 'gewone wereld' hun leven wilden wijden aan God.
Sommigen gingen zelfs zover dat zij alleen bidden niet voldoende vonden en als boetedoening hun lichaam kastijdden.
Er gaat zelfs het verhaal dat één van die heremieten ook dat niet genoeg vond en in zijn testament liet vastleggen, dat na zijn overlijden, zijn lichaam ten prooi moest worden geworpen aan de aasvogels.