...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Dodóna heeft een orakelgeschiedenis

Homerus vertelt ons al van het 'winterse' Dodóna, maar het orakel is veel ouder dan zijn achtste eeuw voor Christus. In het oeroude Middellandse Zeegebied, waar de strijd om het primitieve bestaan vaak nog heel moeizaam was, gold de eerste zorg van de mens de vruchtbaarheid van de gewassen, die van zijn dieren en die van hemzelf. En alle vruchtbaarheid leek hem te komen uit de aarde; zij was de moeder van al wat leeft en de Vóórgrieken vereerden niet de symbolen van een mannelijk opperwezen, niet van een hemelse Zeus, maar van de 'Al-moeder', de aardgodin met de vele namen. En daarom orakelden hier al lang voordat er Grieken waren, vrouwen, oude vrouwen, 'Peleiai' geheten. Zij kirden als duiven, want dat betekent 'peleiai' ook.
Of waren het toch echte duiven die neerstreken in de heilige bomen en wier gekoer men als orakeltaal beschouwde? Moeilijk te zeggen; alles verliest hier zijn precieze gestalte in de nevels van die oertijd.

Daar in Dodóna, zo vertelt men, leefden priesters die nooit hun voeten mochten wassen en die op de grond sliepen om beter contact te hebben met de Aarde (de moedergodin Aarde!) en andere onderaardse goden. Daar woonde óók een god in een (heilige!) eik en nog heel lang had hij geen tempel. Heel lang ook had hij geen naam, totdat de Grieken, die vanuit het noorden hier binnendrongen, hem Zeus gingen noemen. En in die heilige eik wóónde hij niet alleen, neen, hij sprak daarin tot de mensen middels het ruisen van de bladeren en gaf antwoord op de vragen die zij hem op loden plaatjes hadden gesteld. De bronzen bekkens, die als bescherming rond de eik waren geplaatst, bromden mee met de wind en die geluiden waren ook al voorspellend. Tenslotte was daar ook een vrouwelijke Zeus, de oude Aardmoeder natuurlijk. Zij heette Dione en kreeg óók haar tempel en na haar kwamen er nog meer goden in tempels wonen.