
Naast de Stoïcijnen doceerden de Epicureërs: 'Geniet van het leven, maar... wel met mate, een mens die het evenwicht zoekt, het midden, heeft het minst te lijden van uitersten, hij leeft rustig'!
Met die Stoïcijnen en Epicureërs discussieerde Paulus hier op de Agorá. Maar men vond dat hij maar vreemde praat verkocht.
Ze brachten hem toen naar de Areopagus, waar het hoogste gerechtshof zetelde, oudere en vooral wijze mannen. Daar prees hij de Atheners om de vele (!) tempels die ze hadden gebouwd voor alle mogelijke goden; ze hadden er zelfs één gebouwd voor een onbekende god. Over die god wilde hij het wel eens met hen hebben: 'Hij is immers niet ver van ieder van ons. Want door deze god hebben wij het leven, het bewegen en het zijn. Zoals sommigen van uw dichters hebben gezegd: Wij zijn van zijn geslacht'. Ze vonden het prachtig, maar toen hij over de opstanding der doden begon, schudden ze hun grijze hoofden en zeiden: 'Daarover zullen we u bij gelegenheid nog wel eens horen'.