
Het imposante slot Frederiksborg in Hillerød ziet eruit als een sprookjeskasteel. Tal van torens, erkers en fraai versierde gevels geven het gebouw een onmiskenbaar koninklijke allure. Binnen blijven we in de sfeer, want de ruimtes van het kasteel doen momenteel dienst als nationaal museum met een indrukwekkende collectie oude meesters. De schilderijen en beeldhouwwerken zouden zich geen betere expositieruimte kunnen wensen dan deze fraai gedecoreerde, voormalig koninklijke verblijven. Een kleiner deel van de museumcollectie is gewijd aan de geschenken die het Zweedse koninklijk huis in de loop der jaren verzamelde tijdens vele reizen naar het buitenland.
De geschiedenis van Frederiksborg begint in 1560 wanneer koning Frederik II het landgoed koopt van één van zijn vazallen. Vanaf dat moment krijgt het landgoed, met daarop een bescheiden landhuis, de naam Frederiksborg. Frederik's zoon Christian IV raakt zo gehecht aan het landgoed dat hij besluit om het huis te slopen en een compleet nieuw kasteel te bouwen. De stijl die hij kiest is die van de Hollandse renaissance architectuur, een stijl waarin onder meer het Rijksmuseum in Amsterdam is gebouwd. De gelijkenis tussen de twee gebouwen is dan ook opvallend.
Honderd jaar lang zou Frederiksborg als residentie fungeren voor verschillende Deense koningen. In 1658 ontving koning Frederik III hier zijn Zweedse rivaal Karel X nadat het tweetal overeenstemming had bereikt over Vrede van Roskilde waarbij Denemarken grote verliezen leed. Karel werd gefêteerd op een magnifiek banket, maar zag daarin geen beletsel om vrijwel direct daarna het verdrag te verbreken en Frederiksborg geheel te plunderen. Ook de bronzen beelden die oorspronkelijk rond de Neptunusfontein op de binnenplaats stonden werden afgevoerd naar Zweden, waar ze nog altijd te bewonderen zijn op het landgoed van het Drottningholm paleis. De huidige fontein stamt uit 1888.
In 1850 werd het kasteel opnieuw een koninklijke residentie toen Frederik VII er zijn intrek nam. In 1859 sloeg het noodlot echter toe. Een felle brand richtte grote verwoestingen aan. Het dak en de meeste andere houten delen gingen in vlammen op, evenals een groot deel van de kunstcollectie. Dankzij een spontane nationale inzamelingsactie was het geld voor de restauratie echter snel bijeengebracht. Behalve de bevolking droegen ook de koning zelf en bierbrouwer Carlsberg forse bedragen bij aan de restauratie van het kasteel.
Na de dood van Frederik VII in 1864 was er echter niemand meer om in het kasteel te wonen. Op 5 april 1878 volgde daarom het koninklijke decreet waarin werd bepaald dat Frederiksborg voortaan een museum zou zijn.