
Hoewel Roskilde een rijke geschiedenis heeft, was de teloorgang in de 17e en 18e eeuw zo radicaal dat er weinig gebouwen uit de Middeleeuwen zijn overgebleven.
De Dom vormt echter een magnifieke uitzondering. Bisschop Absalon startte de bouw van de Dom ongeveer in 1170. Pas 300 jaar later zou het gebouw gereed komen. Inmiddels was er toen al zoveel veranderd aan de originele bouwtekeningen dat bisschop Absalon zijn geesteskind waarschijnlijk nauwelijks teruggekend zou hebben.
Na drie eeuwen bleek het Romaanse grondplan te zijn 'opgeleukt' met tal van kapelletjes, erkers en gotische stijlelementen. Niettemin oogt het resultaat nog altijd tamelijk verbluffend. De buitenkant is sober, zoals in Scandinavië te doen gebruikelijk. Binnen wacht u echter een grote rijkdom aan kerkelijke kunst en architectuur. Opvallend zijn bijvoorbeeld de 38 koningsgraven.
Vrijwel alle leden van het koninklijk huis vanaf Margarethe I (14e eeuw) hebben in deze kerk hun laatste rustplaats gevonden.
Opmerkelijk zijn verder de zandstenen kansel, het koperen doopvont en het 16e-eeuwse altaarstuk dat in Vlaanderen werd vervaardigd.
Wat u niet mag missen is het klokkenspel dat elk uur wordt geactiveerd. Een mannetje, Per Døver, slaat op een grote bel waarna St. Joris op zijn paard tevoorschijn komt en de draak verslaat. Daarnaast komt elk kwartier een vrouwtje, Kirsten Kimer, tevoorschijn om met een tik op de kleine bel de tijd aan te geven.